Cannabis: Nederland en België, waar waren we gebleven?


Zoals eerder aangekondigd, werd op 1 januari 2013 het ingezetenencriterium voor het bezoek aan coffeeshops op het volledige Nederlandse grondgebied ingevoerd. De invoering kwam er na een verstrenging van het Nederlands gedoogbeleid van cannabis- en ander soft-druggebruik. Opzet van de verstrenging is het drugstoerisme aan banden te leggen, het gehalte werkzame stoffen in softdrugs aan een maximum te binden en natuurlijk krachtig de strijd aan te gaan met de georganiseerde drugsmisdaad.

De verstrenging werd op 1 mei 2012 ingezet met het bannen van buitenlandse drugstoeristen uit de coffeeshops in de drie Zuidelijke Provincies van Nederland door de invoering van de zogenaamde wietpas, waardoor enkel geregistreerde gebruikers op voorlegging van Nederlands identiteits- én woonplaatsbewijs toegang konden krijgen tot de shops.

De pas stuitte onmiddellijk op groot protest en werd met burgerlijke ongehoorzaamheidsacties in vraag gesteld. Na de nationale verkiezingen in september 2012, waarbij een nieuwe coalitie van VVD en PvdA werd gevormd, werd de wietpas dan ook “afgeschaft”, mede omwille van de terughoudendheid van Nederlandse gebruikers om zich permanent als gebruiker te registreren. Tot groot ongenoegen van de PvdA-stemmers, wiens campagne sterk tegen het nieuwe drugsbeleid was gekeerd, maakte de Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten evenwel per omzendbrief snel duidelijk dat de verstrenging niet werd teruggedraaid, en dat enkel de registratievoorwaarde ongedaan werd gemaakt. Blijft dus het zogenaamde ingezetenencriterium, en dit sinds 1 januari 2013 op het hele Nederlandse territorium, waardoor buitenlanders in theorie niet meer welkom zijn.

De uitvoering van de omzendbrief is echter een exclusieve verantwoordelijkheid van de gemeenten, wat geleid heeft tot een enorme versnippering in het beleid - hetgeen per brief aan de bevoegde Minister door een aantal burgemeesters werd aangeklaagd – en waar de drugstoeristen in zekere zin de voorlopige vruchten van plukken.

Er is evenwel nood aan eenduidigheid. Na een aantal eerdere uitspraken van de Nederlandse rechtbanken waarbij de discriminatie ten aanzien van buitenlanders door de rechters redelijk en dus grondwettelijk werd bevonden, werden op 4 september 2013 acht van de elf Maastrichtse Coffeeshops die vanaf 5 mei 2013, onder leiding van Marc Josemans die we al eerder interviewden, opnieuw aan buitenlanders verkochten vrijgesproken. Als expliciete grond werd door de politierechter de onduidelijkheid van de regelgeving aangehaald. De zaken komen nu voor in hoger beroep.

Aangenomen wordt dat de Raad van State, die naar verwachting begin 2014 uitspraak zal doen over twee tegengestelde rechterlijke interpretaties van de regelgeving in een sluiting van een coffeeshop in Tilburg en één in Maastricht, finale duidelijkheid zal brengen in de te volgen reglementering. Intussen ijvert een groeiend aantal organisaties waaronder het Verbond voor Opheffing van het Cannabisverbod voor de versterking van het drugsbeleid door de legalisering van het gebruik, verkoop en kweek van cannabis. De kweek van cannabis is één van de aspecten die door het gedoogbeleid nooit effectief werd geregeld en dus steeds volstrekt illegaal is gebleven. In het kader van hun bevoegdheden onderzoeken een aantal gemeentes zelfs de mogelijkheid om zelf actief in te stappen in samenwerkingsprojecten met de coffeeshops om een gereglementeerde en gecontroleerde kweek van cannabis te voorzien. Bovendien werd op 10 september 2013 in Utrecht de eerste Social Cannabis Club opgericht, waarbij – met steun van de gemeente (!) – een vergunning voor de kweek voor recreatief gebruik in besloten kring werd aangevraagd.

Ondertussen wordt ook in België het gedoogdebat opnieuw geopend, met ook hier de gemeentes als voor- en tegenstanders in de hoofdrol. Sinds 2003 worden meerderjarigen die in het bezit zijn van maximum drie gram cannabis voor persoonlijk gebruik in principe niet meer vervolgd, hoewel het gebruik en bezit van cannabis net als voor andere drugs officieel strafbaar blijft. NV-A burgemeester in Antwerpen, Bart De Wever, lanceerde begin september echter de volgende stap in diens “opkuisbeleid” en breidt zijn war on drugs nu ook uit naar de kleine gebruiker door de ministeriele richtlijn aan de kant te schuiven. Vanaf nu kan eenieder die in Antwerpen betrapt wordt met cannabis, ook indien het om minder dan drie gram gaat, een boete oplopen van 75€, alsook voor de correctionele rechtbank worden gedaagd teneinde probatiemaatregelen te bekomen om met de gevangenis als stok achter de deur een repressief drugsbeleid te voeren. In hoeverre De Wevers’ beleid wettig is en effectief zal worden doorgevoerd, valt nog af te wachten. Jong Ecolo lanceerde alvast een tegenoffensief door op te roepen tot de legalisering van alle druggebruik, met regels op maat voor het gebruik van en begeleiding bij problemen met soft- én harddrugs.

I
n die zin werd in Gent een pilootproject, enig in Europa en opgestart op 1 mei 2008, afgerond waarbij een speciale  “Drugbehandelingskamer” werd opgericht bij de rechtbank. Strafdossiers waarbij de beklaagde een problematische gebruiker was en/of de verslaving aan de basis lag van de strafbare feiten werden bij deze ene kamer gecentraliseerd. Het Openbaar Ministerie en de rechter in deze kamer zijn experten in de drugsproblematiek en bij elke zitting was iemand uit de drughulpverlening aanwezig. In samenspraak werd aan de beklaagde een hulpverleningstraject op maat aangeboden. Dit traject werd door de rechtbank gedurende zes tot tien maanden zeer nauw opgevolgd. Na vijf jaar kan deze kamer een indrukwekkend resultaat voorleggen: de recidiviteitsgraad is gedaald met niet minder dan 80%. Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) heeft dan ook aangekondigd open te staan voor de uitbreiding van het project naar andere arrondissementen.

Het is duidelijk dat zowel in Nederland als in België het debat tussen de voorstanders van de war on drugs – die door (internationale) experten steeds meer onder vuur komt te liggen – en de voorstanders van een gebalanceerde legalisering weer in alle hevigheid is losgebarsten. Voorlopig lijkt echter geen van beide partijen echt aan de winnende hand. De publieke opinie zal dan ook een grote rol spelen. Voorbeelden zoals de Gentse drugbehandelingskamer zijn dan ook van fundamenteel belang in een publiek debat dat te vaak wordt gereduceerd tot een vals veiligheidsvraagstuk.

Laura Harth