Nawoord 
 
 
 
HET VERMOORDE ONDERZOEK  
 
 
Om een kind langdurig als seksslaaf te gebruiken, moet je het  
  overtuigen van het feit dat het nergens hulp zal kunnen vinden. Als het kind zou praten, zal niemand het geloven en zal het vervolgens ernstig gestraft worden. Professor Jean-Yves Hayez, van de Medische Faculteit van de U.C.L. noemt het een ‘concentratiekamp’ en de ‘zwijgende samenzwering’ waardoor slachtoffers gevangen gehouden worden1. Regina Louf heeft het aan den lijve ondervonden. Toen ze tien jaar oud was vertelde ze de directrice van haar school dat haar grootmoeder haar met een pistool bedreigd had. De directrice bestempelde haar als een fantaste en belde de grootmoeder onmiddellijk. Regina werd door haar grootmoeder van school gehaald en afgrijselijk gestraft toen ze thuis kwam. Op dertienjarige leeftijd dacht Regina dat ze een leraar kon vertrouwen, aan wie ze vertelde hoe vreselijk haar ouders haar behandelden. De leraar bezocht vervolgens de ouders, die hem om de tuin leidden door idyllische familiefoto’s te laten zien. Wederom werd Regina door de onderwijzer voor leugenaarster uitgemaakt, het idee om nog eens te getuigen maakte haar ziek. Vijftien jaar later besloot Regina publiekelijk kenbaar te maken wat haar was overkomen. Kritiekloze journalisten bezochten haar ouders, die weer de familiefoto’s lieten zien, deze keer onder het goedkeurend oog van de camera’s van Au Nom de la Loi2. 
 Ondanks het feit dat ik geen specialist in kindermishandeling ben, weet ik dat ouders die hun kinderen misbruiken hun misdaden ontkennen om aan gerechtelijke vervolging te ontkomen. Ik weet ook dat families zich vaak als één blok tegen het misbruikte kind opstellen, om de beul te beschermen, om de ‘eer’ van de familie te redden. Ik herinner me ook een reportage die enkele jaren geleden in Frankrijk gedraaid werd en die toonde hoe een heel dorp een van de bewoners, die een kind had verkracht, beschermde, in plaats van het slachtoffer te verdedigen. Ik geloofde toen echter nog niet dat een heel land zich tegen een slachtoffer kon keren. Het – vaak niet zo verre – verleden heeft ‘ontspoorde’ maatschappijen gekend waar joden, zwarten, en overspelige vrouwen gelyncht werden. Maar zouden dat soort zaken ook mogelijk zijn in een hedendaagse, democratische maatschappij? 
 Het droeve antwoord is helaas ja. Ik heb zelf ook de blinde haat gevoeld, een haat die iedereen die Regina Louf wou helpen beroerd heeft. Aan het eind van 1997 kregen twee journalisten van De Morgen inzage in gerechtelijke documenten en vervolgens ontmoetten ze Regina Louf – die op dat moment uitsluitend bekend was onder haar pseudoniem, getuige X1. Zij publiceerden een aantal artikels waar de lijdensweg van Regina en een aantal vermoorde slachtoffers in vermeld werden. De informatie die ze aandroegen toonde ook aan dat het onderzoek naar X1 systematisch geboycot werd. De reacties waren verbijsterend. De volledige pers was tegen Regina Louf gekant – die in de tussentijd besloten had uit de anonimiteit te treden om haar getuigenis ook publiek te kunnen afleggen. Journalisten die haar zelfs nog nooit ontmoet hadden maakten haar uit voor waanzinnig, mythomaan, een opstookster. De inhoud van haar getuigenis werd quasi volledig genegeerd door de Franstalige pers, die zich tevreden stelde met ongenuanceerde oordelen3. 
 Om te proberen om toch enige redelijkheid in het debat te houden, besloot de stichting  Pour la vérité, waarvan ik een van de oprichters ben, om de artikelen van De Morgen te vertalen en ze als brochure uit te geven4. Wij willen dat de ernst van de zaken zoals beschreven door Regina Louf bekend wordt en we willen de vragen die niet door het gerecht beantwoord zijn aan de kaak stellen. Van de ene op de andere dag werden wij meegetrokken in de haatcampagne die in gang werd gezet tegen de journalisten van De Morgen, Regina Louf en alle onderzoekers die haar getuigenis bestudeerd hebben. Een weekblad verdacht ons ervan ‘het gerecht te willen destabiliseren’ en bestempelde onze brochure dan ook als ‘uitsluitend leugens’. Een dergelijke heksenjacht is enorm intimiderend en het vergt veel kracht om er niet aan ten onder te gaan. Maar ik was ervan overtuigd dat er eigenlijk iets anders op het spel stond: als de sadistische netwerken die Regina Louf vermeldt bestaan, dan betalen kinderen daar nog altijd de prijs voor. Er is dus een morele – en zelfs legale – verplichting om die kinderen te helpen. Ik heb er dan ook de voorkeur aan gegeven om tot de weinigen te behoren die op zoek zijn naar de waarheid en me niet aan te sluiten bij de mening van de meerderheid. 
 De zaken waar Regina Louf over vertelt zijn zo ernstig dat er voor alles moet worden vastgesteld of ze wel of niet waar zijn. Het gaat hier om twee aspecten: is Regina gek, een mythomaan of geestelijk gezond? Bevestigt of ontkracht het gerechtelijke onderzoek haar verhaal? 
 Professor Igodt van de K.U.L. was de voorzitter van het team van psychiatrische experts dat in opdracht van Justitie Regina Louf moest onderzoeken. Het verslag van dit team, dat in september 1997 gepubliceerd werd, vermeldt: ‘Dankzij haar jarenlange therapie heeft ze nu echt haar evenwicht gevonden? De getuige kan dan ook gebruikt worden als een onderdeel van het onderzoek? Haar getuigenis op zichzelf kan niet als losstaand bewijs gezien worden, of het moet door een onafhankelijke bron worden bevestigd.’5 Het is duidelijk: deze getuigenis mag gebruikt worden en moet bevestigd worden – zoals elke getuigenis. Een van de schrijvers van het rapport voegt hier, naar aanleiding van de perscampagne tegen X1, aan toe: ‘Ze is door langdurig seksueel misbruik getraumatiseerd geraakt. Natuurlijk zijn de mensen geshockeerd door haar getuigenis, waardoor ze automatisch in ontkenning vervallen.’5 
 We bevinden ons dan ook in een paradoxale situatie, waar de pers een slachtoffer beticht van gekheid, tegen het oordeel van de psychiatrische experts in. En de bevolking – die door de pers onwetend wordt gehouden – vindt ook dat Regina Louf gek is. Maar de enige reden waarom mensen zeggen dat ze gek is, is het feit dat haar verhaal ongelooflijk is. Wie zou inderdaad kunnen geloven dat leden uit de hogere Belgische kringen pervers genoeg zijn om voor hun plezier kinderen te doden? Dat is onmogelijk? dus is het niet waar! Deze redenering gaat echter iets te snel en is vooral gebaseerd op wat we eigenlijk willen. Niemand wil dit geloven, dus bestaat het ook niet. Laten we niet vergeten dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de geallieerden over Auschwitz hoorden vertellen, maar niemand wou geloven wat er daar gebeurde. 
 Het klopt dat het lezen van Regina Loufs getuigenis vaak ondraaglijk is – ik denk bijvoorbeeld aan de beschrijving van haar bevallingen en de dood van Clo. Het lezen op zich wordt een marteling. Je hebt zin haar een halt toe te roepen, haar te laten zwijgen. Maar met welk recht zouden we haar het zwijgen opleggen? Tijdens het lezen van haar boek, werd ook ik overvallen door de haat die Regina bij sommigen oproept. Ik vroeg me af of dit geen mythomane was die ons allemaal wat voorloog, of ik niet belachelijk was om alles te geloven, en of ik niet de speelbal was van mijn lage instinct? 
 Als je met zo’n dilemma geconfronteerd wordt, kun je alleen maar de moed hebben om te luisteren, om dingen na te gaan. Daarom ben ik meer inlichtingen gaan inwinnen. Het hiaat tussen de ideeën over Regina en de feiten werd steeds groter. Je kan zeggen dat de publieke opinie goed is voor zaken waar je weinig over weet. Maar als je je verdiept in een onderwerp, is er geen enkele reden meer om die opinie te volgen. Je moet je baseren op de fundering van het rationeel denken, zoals Plato die een onderscheid maakte tussen opinie (doxa) en wetenschap (scientia). Je moet je tegen de opinie kunnen keren als ze niet gefundeerd is. 
 Ik ben sinds vijftien jaar actief als psychiater op een gebied – drugsmisbruik – waar het onderscheid tussen leugen en waarheid zeer belangrijk is. Ik heb talloze uren doorgebracht met Regina Louf en mijn oordeel komt volledig overeen met dat van de experts: ze is gek, noch mythomaan. Dat wil echter niet zeggen dat haar getuigenis volledig waar is. Alleen een onderzoek dat volgens de regels van de kunst wordt gevoerd kan tot die wetenschap leiden. Door rationele en ethische overtuiging ben ik me meer gaan verdiepen in het onderzoek. En daarom wil ik, als burger, mijn grote ongerustheid uitdrukken. 
 Regina Louf begon haar getuigenis op 20 september 1996. Op 23 december waren er een aantal huiszoekingen voorzien, naar aanleiding van haar verhoren. Het betrof voornamelijk ondervragingen van mensen die zouden kunnen getuigen over een baby die Regina gekregen zou hebben toen ze 14 jaar oud was, en die 5 maanden later vermoord werd. Dit werd echter door de rijkswacht afgeblazen, die in plaats daarvan een spectaculaire inval deed bij de satanische sekte Abrasax – een verkeerd spoor waarvan de reden nog altijd onbekend is. In februari verzochten de onderzoekers wederom om een vijftigtal invallen uit te voeren. Commandant Duterme – voorzitter van het onderzoeksteam – bracht dit aantal terug tot twee huiszoekingen, waarvan er uiteindelijk slechts één plaats had: bij Regina Louf zelf! Het doel was om na te gaan of haar verklaringen niet het gevolg waren van een complot.6 
 Tijdens de verhoren beschreef Regina nauwgezet hoe Véronique D., de dochter van Gentse notabelen, in 1985 gemarteld en vermoord werd. Officieel is Véronique overleden aan kanker. Er werd een onderzoek gestart naar de twee artsen die haar overlijdensakte getekend hadden – aangezien Regina een van hen had aangeduid als deelnemer aan de orgieën. De onderzoekers wilden het lichaam laten opgraven en vroegen toegang tot het medisch dossier. Het parket van Gent weigerde iedere medewerking. Verrassend genoeg traden de ouders van Véronique niet naar buiten met het verzoek om een onderzoek in te stellen, zij verweerden zich ook niet tegen de beschuldigingen van de pers die deze zaak in januari 1998 aan het licht bracht. 
 Regina beschrijft ook de dood van Clo – die zij op foto’s identificeert als Carine Dellaert – met een precisie die overeen komt met het verslag van de wetsdokter. Ze verklaart dat Carine Dellaert overleden is tijdens een bevalling, iets dat nooit in de pers heeft gestaan. Het parket van Gent beweert nu – in absolute tegenspraak met het autopsieverslag – dat Carine Dellaert niet zwanger had kunnen zijn. Bovendien zegt het parket dat als Carine Dellaert inderdaad bekend stond als Clo, Regina waarschijnlijk een andere Clo heeft gekend, waar niemand verder iets over weet? 
 Regina verklaart eveneens dat zij de moord op Christine Van Hees in de champignonkwekerij in Oudergem heeft gezien in 1984. Ze geeft precieze aanwijzingen over die plek, aanwijzingen die door een voormalig eigenaar worden bevestigd. Het parket van Brussel sluit het onderzoek af aangezien zij een schoorsteen aan de linkerkant beschrijft, terwijl die eigenlijk rechts staat. Bovendien voegt het parket een Kafkaiaans argument toe: het huis waar de feiten zich volgens Regina hebben afgespeeld, was ontoegankelijk door kettingen en hangsloten. Het lichaam van Christine werd echter in de champignonkwekerij ontdekt nadat de brandweer was uitgerukt voor een brand in het zogenaamd ontoegankelijke huis? Op journaalfragmenten uit dat jaar zijn er trouwens agenten te zien die het huis in kwestie verlaten. 

Het onderzoek naar getuige X1 viel volledig stil met het ontslag van adjudant Patriek De Baets, om het onderzoek te ‘herzien’. Deze herziening, die nu afgelopen is, werd zorgvuldig verborgen gehouden voor de pers en de Parlementaire Onderzoekscommissie, die nochtans de resultaten heeft opgevraagd. Het verslag bevat geen enkele beschuldiging tegen het team van Patriek De Baets. Deze rijkswachters, die ondertussen werden overgeplaatst, is niets ten laste gelegd, er staat hen zelfs geen disciplinair onderzoek te wachten. 
 De instructies voor het onderzoek rond De Baets bevatten echter een aantal explosieve elementen, zoals de getuigenis van een rijkswachter die verklaarde dat Regina Louf hem in 1989 reeds vertelde dat ze het slachtoffer was van een netwerk – zonder dat hier ooit gevolg aan werd gegeven. In diezelfde periode kreeg een getuige die aangifte kwam doen van een geval van pedofilie in Gent van een rijkswachter te horen: ‘Dat is te groot voor ons’! 
 Het is bovendien opvallend dat tijdens de lange periode van de herlezing – die liep van juni 1997 tot februari 1998 – journalisten vervalste verslagen van verhoren van X1 ontvingen, om hen ervan te overtuigen dat het team van De Baets de getuige antwoorden in de mond legde. Het boek van René-Philippe Dawant, L’enquête manipulée (dat de bijbel van de ‘disbelievers’ is geworden) borduurt verder op de theorie dat Dutroux een alleenstaande gek is, Nihoul een zondebok en Regina Louf een fantaste. Om haar in een slecht daglicht te plaatsen, citeert Dawant uit vervalste verslagen waarin de onderzoekers zelf verklaren dat het lichaam van Christine verbrand was, terwijl in het echte proces-verbaal (gebaseerd op video-opnames) het X1 is die dit vertelt.7 
 Een onderzoek dat om bedrieglijke redenen wordt stopgezet. Onderzoekers die zonder reden ontslagen worden. De pers die gemanipuleerd wordt. Dit alles doet vermoeden dat het onderzoek naar X1 in de doofpot gestopt werd. Om welke redenen? De namen van de mensen die Regina Louf in haar getuigenis vermeldt, geven een antwoord op die vraag: het gaat om politiek, industrieel en financieel hooggeplaatste mensen, mensen die als ongenaakbaar worden aanzien en die in staat zijn gigantische verdedigingsmechanismen op touw te zetten. 
 Wat kunnen we er dan aan doen? Eerst en vooral moeten we Regina laten vertellen wat ze heeft meegemaakt. Dat is ook de opzet van deze uitgave, ze geeft ons de toegang tot een getuigenis die de justitie ons ‘ontnomen’ heeft. Dit boek is misschien minder volledig dan de getuigenis van Regina, aangezien het de namen van de beulen niet bevat – dat is de taak van justitie. Het is echter veel meer dan uitsluitend een getuigenis. Door dit boek kunnen we leren hoe het netwerk is samengesteld, hoe het zijn slachtoffers vindt, hoe het zijn slachtoffers bedwingt en hoe het zichzelf beschermt. We kunnen ook leren dankzij welke psychische mechanismen Regina dit onmenselijke lijden heeft kunnen overleven, en hoe ze aan haar beulen heeft kunnen ontsnappen. Door zelfbeschouwing heeft dit boek meer overtuigingskracht dan een objectieve getuigenis.  
 We mogen hopen dat door dit boek het publiek ontvankelijker wordt voor de problemen van slachtoffers van pedofilienetwerken, voor alle slachtoffers, levend of dood en dat de buitengewone solidaire beweging die tot uiting kwam tijdens de Witte Mars in oktober 1996 in Brussel verlengd wordt. Als duidelijk wordt – door dit boek en door de brokstukken van een vermoord onderzoek – dat de getuigenis van Regina niet van tafel kan worden geveegd, moeten we over de consequenties gaan nadenken. Het einde van het onderzoek houdt in dat hulpeloze kinderen in handen blijven van dit netwerk. Het is ook duidelijk dat de daders van de feiten zoals beschreven door Regina enorm veel macht moeten voelen om door te gaan met hun misdaden. De politieke en sociale consequenties zijn ook triest, aangezien een staat die weigert een dergelijke zaak tot het bot uit te zoeken, slechts een democratie in naam is. Bescherming van het leven – en dan vooral het leven van kinderen – is de eerste taak van een rechtsstaat. 
 De Parlementaire Onderzoekscommissie Dutroux-Nihoul en consorten is het resultaat van de enorme publieke druk die de Witte Mars heeft uitgeoefend. Het werk van de Commissie heeft aangetoond dat het rechtssysteem te laks is om de daders op te pakken. Het onderzoek naar de bescherming van een netwerk is maar gedeeltelijk gevoerd. De leden van de Commissie zijn bijna allemaal teruggefloten door hun respectievelijke partijen en ze kunnen niet meer werken, aangezien ze het recht niet meer hebben hun eigen dossiers in te kijken. We kunnen zeggen dat de Commissie dood is, dood zoals Julie, Melissa, An, Eefje en zoveel anderen. 
 Nu de herziening van het onderzoek naar X1 heeft aangetoond dat er geen ernstige fouten zijn begaan, moet het onderzoek worden voortgezet. Zo niet, dan moeten we stellen dat de slachtoffers waar Regina over getuigd heeft geofferd zijn aan zogezegde redenen van staatsbelang. 

Dr. Marc Reisinger 
september 1998 

1  Zie: Chantale Anciaux, Michel Hellas, Georges Huercano-Hidalgo, Blessures d’enfance, Editions Luc Pire, 1995. 
2  Au Nom de la Loi, RTBF, 18 februari 1998. 
3  Met als enige uitzondering het weekblad Télémoustique, toen Marie Jeanne Van Heeswijck en Michel Bouffioux nog niet waren uitgeschakeld. 
4  Pour la vérité, n?1, La témoignage de Regina Louf-X1, februari 1998. 
5  De Morgen, 9 januari 1998. 
6  De Morgen, 8 januari 1998. Pour la vérité, n?1. 
7  Zie: Dawant, R.P., L’enquête manipulée, Editions Luc Pire, 1998, pagina 209. De echte versie van het verhoor werd door Le Soir gepubliceerd op 5 juni 1998. 

     
Voorwoord

Epiloog

Kapittel 13

Kapittel 23

Kapittel 28

Kapittel 63

Kapittel 68

Kapittel 69

Kapittel 79

Kapittel 83

Kapittel 84

Kapittel 85

Kapittel 86

Kapittel 89

Nawoord