Voordwoord 

  

 
 

Bar Tropicana. Dat is de plaats waar het begonnen is. Het complot. 
 Het duivelse complot, met in de hoofdrollen de mislukte prostituee Regina Louf en de wraaklustige rijkswachtadjudant Patriek De Baets, haar latere ondervrager. In Bar Tropicana moeten zij elkaar lang voor het losbarsten van de zaak Dutroux hebben leren kennen. Wat hun precieze onderlinge relatie geweest is, dat zal het onderzoek nog moeten uitmaken. Misschien was hij wel haar vader, en misschien dient een genetisch onderzoek te worden overwogen. Zeker is dat Bar Tropicana bestaan heeft. Zeker is dat Regina Louf daar gewerkt heeft. Zeker is ook dat adjudant De Baets, in die tijd nog een rijkswachtertje van niks, vaak in bars met namen als Tropicana neerstreek – en vast en zeker niet met goede bedoelingen. Waarschijnlijk was zij, toen al, zijn tipgeefster en hield hij haar achter de schermen tot de dag zou komen waarop hij zijn vermetel plan om de hele natie te manipuleren en te destabiliseren tot uitvoering zou brengen. Dat, beste mensen, is het ware verhaal van X1.
 Als wij een titel voor dit boek hadden mogen suggereren, dan was het Bar Tropicana geworden. Toen wij het verhaal over deze tent met blauwe neonlampen voor het eerst hoorden – van een collega met vele en goede bronnen – moesten wij even slikken. En toen we de ware toedracht achterhaalden nog meer.

Wij hebben in januari 1998 in De Morgen, samen met collega MarieJeanne Van Heeswijck van Télé-Moustique, als eersten over de X1onderzoeken geschreven. We dachten toen dat wij aan onze meest elementaire journalistieke plicht zouden verzaken als we dat niet deden. Maandenlang hadden we ons verdiept in de nevendossiers die onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte in de nasleep van de zaak Dutroux in Neufchâteau had geopend. Getuige X1 hadden we meermaals ontmoet, en we hadden veel tijd geïnvesteerd in gesprekken met haar. We stelden haar strikvragen, deden kleine testjes. We lieten haar plannetjes tekenen. Toetsten de door haar opgediste versies aan de oude gerechtelijke dossiers over de moorden op Christine Van Hees, Carine Dellaert, Katrien De Kuyper, Hanim Ayse Mazibas. Gingen praten met de betrokkenen van toen. Verwonderden ons over haar kennis van zaken die niet direct verband hielden met de moorden op deze meisjes, maar wel met een bepaald Brussels milieu dat maar blijft opduiken in het gros van mysteries die dit land al een jaar of twintig bezighouden. We hadden de ouders – die van Christine Van Hees voorop – gecontacteerd en om raad gevraagd. ‘Jullie moéten dat doen,’ zei vader Pierre Van Hees ons. ‘Hier is een grote doofpotoperatie aan de gang, en de pers moet dat aan de kaak stellen.’ Doofpot was noch een goede samenvatting, noch ons aanvoelen van wat er eind 1997 met de X1-dossiers aan het gebeuren was. Zonder de zaak Dutroux en zonder de sfeer van geheimzinnigheid waarin justitie de naar haar genoemde dossiers had gehuld, onder normale omstandigheden kortom, hadden wij haar verhaal waarschijnlijk ook nooit langer dan enkele seconden ernstig genomen. De namen die Regina Louf op haar daders plakte, deden je duizelen. Wij beschikten niet over de middelen om de woning van de gewezen ex-premier binnen te dringen en na te gaan of haar gedetailleerde beschrijving van het interieur klopte. Wij hadden geen flauw idee hoe we haar wansmakelijke verhaal over de geslachtsdelen van die advocaat konden natrekken. We zate met een resem onverklaarbare feiten, met veel vragen. Redelijke antwoorden kregen we niet.
 Minstens de helft van de Belgische pers was al een jaar op de hoogte van het bestaan van X-getuigen en X-dossiers. Niemand had de moeite genomen om uit te zoeken hoe het daarmee stond, wat er nu precies aan beide kanten in de balans lag. Telkens als er in België een kind verdwijnt, redeneerden wij, geeft dat aanleiding tot lange processies van attente buren, paragnosten, tipgevers, fantasten en wichelroedelopers. Het verifiëren van wat deze mensen vertellen, kost de politiediensten doorgaans niet meer dan enkele uren tijd. Hier hadden we een getuige die al meer dan een jaar tientallen politiemensen bezighield, zonder dat die erin waren geslaagd tot een conclusie te komen. Met de elementen waarover wij op dat ogenblik beschikten, konden we niet anders dan publiceren.
 De mediatieke bom die daarna barstte, was veel krachtiger dan wij hadden verwacht. Onze vrees dat alle aandacht zou uitgaan naar de getuige en haar geloofwaardigheid en niét naar de feiten zelf, werd heel gauw bewaarheid. Tv-stations belden ons met de vraag om te bemiddelen in de strijd die blijkbaar was losgebarsten om haar als eerste te ‘hebben’. Zij die verloren, trokken dan maar naar haar ouders om Vlaanderen te verblijden met de boodschap dat Regina Louf een verwend kind was geweest dat in haar prille tienerjaren niets dan dolle vreugde had gekend. Terwijl de bevoegde justitiële diensten doorgingen met het verschaffen van nietszeggende mededelingen en ter ere van het spektakel ook nog een in een container verstopte camera voor haar deur afzetten, wachtten fotografen haar ’s ochtends op voor haar prefabhuis. Een minister vroeg het ontslag van onze hoofdredacteur. Er werd ons verweten dat we ten onrechte hadden gemeld dat de X1-onderzoeken eind 1997 ‘stillagen’ (wat overigens, zoals inmiddels bleek, wel degelijk het geval was). Zelfverklaarde jeugdvriendinnen kwamen voor de televisie vertellen dat het allemaal zinsbegoocheling moest zijn geweest. Er gingen stemmen op om Regina Louf te laten colloqueren en haar haar kinderen te ontnemen. Er werden opiniepeilingen gehouden waaruit bleek dat een meerderheid van de Vlamingen X1 ‘niet geloofde’, en een kleine meerderheid van de Franstaligen wel.

In januari 1995 wordt de pedofiel Jean-Paul Raemaekers door het Brabantse assisenhof tot levenslange dwangarbeid veroordeeld wegens het voor de cameralens folteren van een aantal meisjes van amper tien jaar. Voor het tot een veroordeling komt, doen de psychiatrische experts hun zeg. In een breedvoerig rapport geven ze de beklaagde onder meer deze kenmerken mee: theatraliteit, mythomanie, megalomanie, hysterie en narcisme. In datzelfde rapport voorspellen ze hoe Raemaekers zal reageren op een langdurige gevangenisstraf: ‘Hij zal voor zichzelf een rol in scène zetten die hem aangepast lijkt aan de actuele omstandigheden van dat moment.’ Zeggen de psychiaters. Jean-Paul Raemaekers is dan al ontelbare malen veroordeeld wegens oplichting, valse naamdracht, valsheid in geschrifte? Net als Regina Louf wordt ook Jean-Paul Raemaekers later een Neufchâteau-getuige, zonder X-pseudoniem weliswaar. Hij is de spijtoptant die de speurders naar een groot en dodelijk netwerk van kinderontvoerders zal leiden. Plaats van het misdrijf: een oude steenkoolmijn in Jumet.
 Jean-Paul Raemaekers heeft honderden politiemensen een verschrikkelijke winter bezorgd en de argeloze tv-kijker vele uren van twijfel. De graafwerken in Jumet hebben zes maanden geduurd en kostten de belastingbetaler tientallen miljoenen. De informatie die Raemaekers aanbracht, zo wist men al na enkele weken, was zo nep als informatie maar nep kan zijn. De agressieve hetze die rond Regina Louf losbarstte, is Jean-Paul Raemaekers bespaard gebleven. Nog nooit heeft een columnist of een andere professionele grappenmaker met een woord gerept over Raemaekers. De naam Regina Louf bezigen ze als synoniem van ‘leugen’. De een is een gevaarlijke psychopaat die talloze kinderlevens heeft verwoest, de ander is een hondenkapster uit De Pinte over wie de meest sceptische psychiatrische experten concludeerden dat zij in haar jeugd slachtoffer was van ‘massaal seksueel misbruik’. België is een raar land.

‘Weet je, ook daders dissociëren,’ merkte ze op. Het was zo’n avond waarin ze op een gegeven moment plots in geen enkel opzicht meer deed denken aan de vrolijk provocerende Regina Louf zoals we die later op de televisie zouden zien. Dat soort buien kwam onverwacht. Enkele seconden nadat ze je aan het lachen had gebracht, leek ze je die lach kwalijk te nemen. Een bijna bangelijke haat in die ogen. Lange stiltes. Stotteren. Vreemde gewoonten. Zichzelf snijden. Temidden van een meerstemmig geeuwend gezelschap, vroeg in de ochtend energiek blijven verder praten: ‘Ik slaap nooit langer dan twee of drie uren, ik word altijd weer wakker met die beelden.’ Zij moest om zeven uur op, de kinderen moesten naar school, en dat was dan over een uur of drie. De moeder van haar echtgenoot die haar nooit had geloofd, maar haar op haar vijftiende langs haar neus weg had gevraagd wat die zwangerschapsstriemen te betekenen hadden. Waren dat dan toevoeglijke indicaties, bewijzen? Nee, allerminst. Het was ergens, heel diep in jezelf, een intuïtief aanvoelen van een gebroken ziel.

‘Binnen vier maanden is Regina Louf met de grond gelijk gemaakt,’ voorspelde een gerechtelijke bron ons vier maanden voor de drie bevoegde parketten meerstemmig mededeelden dat de X1-onderzoeken afgerond zouden worden en Regina Louf niet langer bruikbaar was als getuige. Net voor het zover kwam, bekende pooier T. dat hij seksuele betrekkingen had gehad met Regina Louf, toen zij twaalf was en hij negenendertig. Doorgaans noemen gerechtelijke instanties zoiets aanranding van de eerbaarheid van een minderjarige. Het parket van Gent vond ten behoeve van Regina Louf een nieuwe term uit: ‘Een relatie met toestemming van Regina Louf.’ Als jurisprudentie opent dit perspectieven voor pedofielen met drempelvrees.

‘Er is tot nu toe niets gebeurd dat mij heeft verwonderd,’ zei VRT-reportagemaker Paul Bottelberghs ons op een avond in juni. Hij interviewde Regina Louf voor Panorama. Toen kenden we de waarheid over Bar Tropicana nog niet. Nu wel. Bar Tropicana heeft nooit bestaan. Tropicana is de naam van een aquariumwinkel in de buurt van Gent. Regina Louf is daar in de jaren tachtig inderdaad actief geweest. De aquariumwinkel had een vriendenkring die maandelijks een tijdschrift uitgaf. Daarin schreef Regina Louf een column over zoetwatervissen. Ajudant De Baets heeft, voor zover we konden nagaan, nooit enige interesse betoond voor guppies en andere aquariale aangelegenheden. Hij is nooit in Tropicana geweest. Bar Tropicana is een hersenspinsel, gelanceerd door een rijkswachter met mysterieuze motieven. Dat weten we nu, vandaag, maar dat wisten de speurders begin 1998 nog niet. Het was een spoor naar de opheldering van het X1-dossier. Het klonk goed, men beschouwde het als een uiterst relevante hypothese, aangezien ze kaderde in een breder geheel van indicaties in de richting van een vermetel complot. Het is in dit klimaat van vermeende zekerheden dat geen enkele speurder of magistraat zich nog zo kwetsbaar durfde opstellen als Bourlet, Connerotte, De Baets en anderen dat hadden gedaan. Men kreeg de ouders van Christine Van Hees zo ver om publiekelijk ten aanval te trekken tegen de enige mensen die, buiten zijzelf, hun dochter niet waren vergeten. De vroeger voor het Front de la Jeunesse en vandaag voor het Vlaams Blok militerende ex-politiecommissaris Johan De Mol stoffeerde het bij het Brusselse parket geopende anti-X1-onderzoek lastens Patriek De Baets en zijn collega’s met nog meer fantaisistische verklaringen. Ook de extreem-rechtse baron Benoît de Bonvoisin repte zich ‘in de naam van de heilige waarheid’ naar de Brusselse onderzoeksrechter Jacques Pignolet, die wel even de ware relaties Louf-De Baets zou blootleggen.
 Wat blijft er over, na vele maanden intensief onderzoek naar het vermeende complot? Niets. Al wat we opvangen over het onderzoek, gaat in de richting van Bar Tropicana – of doller.
 Dus blijft het nog steeds gissen naar de herkomst van haar kennis over het lot van Carine Dellaert. Nog steeds is niemand in staat te verklaren hoe Regina Louf zo accuraat de plaats kon beschrijven waar Christine Van Hees werd vermoord. Nog steeds weten we niet wat Marc Dutroux begin 1984 uitvoerde op de schaatsbaan waar Christine Van Hees toen wekelijks kwam. Nog steeds weten we niet wat die ene advocaat precies bedoelde toen hij de Brusselse speurders halfweg de jaren tachtig in hun bureaus kwam treiteren met de gevleugelde woorden: ‘Jullie zijn er héél dichtbij geweest, jongens.’ Hoe kon Regina Louf weten dat de vrije radiozender van Michel Nihoul reeds in 1984 centraal stond in het onderzoek naar de moord op Christine Van Hees? Waarom weigerde men in de jaren tachtig het spoor naar het stamcafé van diezelfde Nihoul te volgen?

Herlezingen van de X1-dossiers toonden aan dat Regina Louf tijdens haar verhoren elementen uit haar normalere leven heeft vermengd met de gruwelijkheden waarover ze getuigde. Aan sommige slachtoffers gaf ze namen waarvan achteraf bleek dat die overeenstemden met die van vroegere klasgenoten. Locaties die ze beschreef, deden verdacht sterk denken aan plaatsen die ze als kind bezocht. Mensen die ze als dader aanwees, zaten op dat moment in de gevangenis. Haar getuigenissen wemelden van de manifeste contradicties. Dat is dan weer het mooie van moderne psychologie. Interne contradicties in de getuigenis, signaleerde het college van experts dat zich over haar ontfermde, moeten worden aanzien als indicaties dat het verhaal authentiek kan zijn. Vertelt het slachtoffer een logisch en chronologisch gestructureerd verhaal, dan pas kan je met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat het helemaal verzonnen is. Wat moet je daarmee, als speurder, als magistraat, als belangstellende burger? Je kan alleen maar vaststellen dat de publieke opinie erin geslaagd is om over Regina Louf te oordelen zoals ze dat over de kwaliteit van het weerbericht doet: in extremen. Regina Louf is behandeld door twee soorten politiemensen. Eerst door hen die haar wilden geloven, en daarna door hen die haar te allen prijze niét wilden geloven. Aangezien er in de loop van 1998 aan die configuratie niets veranderde, en het verhaal slechts werd vervolledigd door een schimmenspel van lieden die niet in staat blijken een aquariumwinkel te onderscheiden van een prostitutiebar, was de officiële uitkomst erg voorspelbaar. Wat is de waarde van de waarheden die de bevoegde parketten ons bieden? Dat Julie en Mélissa niet zijn ontvoerd door Marc Dutroux, zoals na de groots opgezette Operatie Othello eind 1995 werd geconcludeerd?

De gerechtelijke X1-onderzoeken zijn afgesloten. De andere niet. Recent nog is ter hoogte van het gehucht Morkhoven gebleken dat koppige vrijwilligers in dossiers rond georganiseerd kindermisbruik veel meer kunnen bereiken dan justitie wil. Het was slechts een kwestie van dagen voor ook daar de aandacht verschoof van boodschap naar boodschapper. Er zijn nog zekerheden in het leven.

Annemie Bulté en Douglas De Coninck,
journalisten bij De Morgen
  

 
 

  Voorwoord

Epiloog

Kapittel 13

Kapittel 23

Kapittel 28

Kapittel 63

Kapittel 68

Kapittel 69

Kapittel 79

Kapittel 83

Kapittel 84

Kapittel 85

Kapittel 86

Kapittel 89

Nawoord